Diastolische functie.
Intrinsieke linker ventrikel compliantie wordt gedefinieerd als de verandering van de druk in de kamer dat optreedt als een volume bloed de linker ventrikel ingaat. Bij een compliante ventrikel zet de wand uit als het volume bloed in de ventrikel groter wordt. Dit stelt de ventrikel in staat grotere volumes bloed te bevatten met minimale stijging van de diastolische druk. Echter in een niet compliante ventrikel zullen kleine veranderingen in het bloedvolume leiden tot een duidelijke verandering in de druk. Bij verminderde linker ventrikel compliantie kan de diastolische druk genoeg stijgen bij een normaal linker ventrikel volume om pulmonaal oedeem te veroorzaken. Overvulling kan pulmonaal oedeem veroorzaken zelfs bij een normale linker ventrikel compliantie. Chronische klep insufficiëntie en linker ventrikel dilatatie, waardoor het mogelijk wordt dat grotere hoeveelheden bloed verdragen worden zonder dat de druk veel stijgt.

Pulmonaal oedeem kan ontstaan als de linker ventrikel compliantie verlaagd, normaal of verhoogd is. Bij een verminderde compliantie van de linker ventrikel, zelfs bij een normale linker ventrikel volume kan de diastolische druk genoeg doen stijgen om pulmonaal oedeem te laten ontstaan (A); als het volume laag is, stijgt de druk ook maar in mindere mate (B). Overvulling kan leiden tot pulmonaal oedeem zelfs als de compliantie van de linker ventrikel normaal is (C). Chronische klep insufficiëntie (D) en linker ventrikel dilatatie (E) verhogen de compliantie; dit maakt het mogelijk dat grotere hoeveelheden bloed verdragen worden zonder dat de druk veel stijgt. Echter het diastolisch volume kan echter zodanig stijgen waardoor de druk zo hoog wordt dat pulmonale overvulling ontstaat (F).
Uiteindelijk zal de het diastolisch volume zodanig stijgen dat de druk tenslotte zo hoog wordt dat er longoedeem ontstaat. Linker ventrikel hypertrophie, myocard ischaemie, hypertrofische cardiomyopathie verlagen de compliantie. Bij een verminderde compliantie stijgt de diastolische druk bij geringe stijging van het diastolisch volume. Bij een hypertensieve patiënt met een concentrische linker ventrikel hypertrofie, zal de compliantie van de linker ventrikel minder worden ondanks de kleine ventrikel grootte en krachtige contractie. Dientengevolge kunnen kleine veranderingen in de linker ventrikel vulling een grote verhoging in de diastolische druk genereren en tot pulmonaal oedeem leiden. Tot 40% van de patiënten met congestief hartfalen hebben een geïsoleerde diastolische disfunctie.
Bij een verminderde diastolische compliantie kan de volume vermindering leiden tot een significante daling van de systolische functie door het Frank Starling mechanisme. Toediening van volume kan snel leiden tot pulmonaal oedeem als gevolg van de stijging van de diastolische druk en de wedge druk. Omgekeerd, een chronische overvulling (aorta en mitralis klep insufficiëntie) en gedilateerde linker ventrikel kunnen de compliantie vergroten. Coronair arterie insufficiëntie inclusief ischaemie en/of acuut myocard infarct kunnen de stugheid van de ventrikel wand beïnvloeden wat resulteert in een verandering van de compliantie, waardoor kleine veranderingen in het einddiastolische volume vertaald worden in een veel hogere stijging van de einddiastolische druk