Regulatie van het slagvolume.

 Slagvolume van de ventrikel is het verschil tussen einddiastolisch volume en eindsystolisch volume. In een normaal hart is het einddiastolisch volume 120 ml bloed en het eindsystolisch volume 50 ml bloed. Het verschil tussen deze twee volumes is het slagvolume, m.a.w. elke factor die of het ESV of de EDV verandert heeft invloed op het slagvolume.

Drie primaire mechanismen reguleren EDV en ESV en daarmee het slagvolume: preload, afterload en inotropie.

Factoren die het slagvolume bepalen (SV).

Omdat SV gelijk is aan einddiastolisch volume (EDV) minus eindsystolisch volume (ESV), zullen factoren die EDV (preload) verhogen of ESV (afterload en inotropie) verlagen het SV verhogen. (+), verhoging; (-), daling.

 Een verandering in de preload verandert primair het EDV, terwijl veranderingen in de afterload en inotropie primair het ESV beïnvloeden. B.V. verhoogde preload verhoogd het slagvolume door verhoging van het EDV, terwijl verhoging van de afterload een vermindering van het slagvolume teweeg brengt door verhoging van het ESV. EDV en ESV zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden variabelen, dus verandering in de ene variabele leidt tot een verandering in de andere.

terug