Ademhalingsactiviteit (abdomino-thoracale pomp)

Veneuze return naar het rechter atrium van de abdominale vena cava wordt bepaald door het verschil in druk in de abdominale vena cava en het rechter atrium; evenals de flowweerstand die primair bepaald wordt door de diameter van de thoracale vena cava. Dus een verhoging van de rechter atrium druk belemmert de veneuze return, terwijl een verlaging van de rechter atrium druk de veneuze return vergemakkelijkt. Drukken in het rechter atrium en de thoracale vena cava zijn afhankelijk van de intra-pleurale druk. Deze druk wordt gemeten in de ruimte tussen de thoraxwand en de longen en is over het algemeen negatief. Tijdens de inspiratie zet de borstwand uit en het diafragma daalt. Hierdoor wordt de intra-pleurale druk nog negatiever waardoor uitzetting van de longen, de atria en de ventrikels en de vena cava.

Effecten van de ademhaling op de veneuze return. Linkse tekening: Tijdens inspiratie, dealt de intrapleurale druk (Ppl) wanneer de borstwand uitzet en het diafragma naar beneden gaat (dikke rode pijlen). Dit verhoogt de transmurale druk in de vena cava inferior en superior (SVC en IVC), rechter atrium (RA), en rechter ventrikel (RV), waardoor zij uitzetten. Dit vergemakkelijkt de veneuze return wat leidt tot een verhoging van de atriale en ventriculaire preload. Rechter tekening: Tijdens inspiratie worden Ppl  en rechter atrium druk (PRA) negatiever, wat de veneuze return doet toenemen. Tijdens expiratie worden Ppl en PRA minder negatief en de veneuze return daalt. Nummerieke waarden van de Ppl en PRA  worden uitgedrukt in mmHg.

Deze uitzetting verlaagt de druk in de vaten en hartkamers. Omdat de druk in het rechter atrium daalt tijdens inademing wordt de drukgradiënt van de veneuze return naar het hart groter. Tijdens uitademing gebeurt het tegenovergestelde. Ofschoon het paradoxaal lijkt dat de rechter atrium druk zakt bij inademing gaat dit samen met een atriale en ventriculaire preload stijging en een stijging van het slagvolume van de rechter ventrikel. De intrapleurale druk verandering tijdens de inspiratie heeft ook invloed op het linker atrium en linker ventrikel maar de uitgezette longen en pulmonale vaatbed functioneren als opslagreservoir waardoor de linker ventrikel vulling niet meer wordt tijdens inspiratie. Tijdens expiratie daarentegen wordt het bloed van de pulmonale circulatie in het linker atrium en ventrikel gedreven, daarmee de linker ventrikel vulling en slagvolume verhogend. Expiratie daarentegen verlaagt de rechter atrium en ventrikel vulling. Bij een krachtige uitademing tegen een gesloten glottis (valsalva manoeuvre) belemmert de grote stijging van de intra pleurale druk de veneuze return naar het rechter atrium.

terug