|
 ![]()
 
Cardiomyopathieën zijn
ziekten van de hartspier. De World Health Organization (WHO) definieerde
cardiomyopathie in 1980 als " ziekte van de hartspier met onbekende oorzaak,"
om cardiomyopathie te onderscheiden van cardiale dysfunctie waarvan de oorzaak
bekend is zoals: hypertensie, ischaemie, of kleplijden. In de praktijk wordt de
term cardiomyopathie echter toegepast op aandoeningen waarvan de oorzaak bekend
is (bv ischemische cardiomyopathie en hypertensieve cardiomyopathie).
Als gevolg hiervan werd de definitie van cardiomyopathie in 1995
gewijzigd in “aandoeningen van het myocard geassocieerd met een
cardiale dysfunctie”.
Ze werden
geclassificeerd in de volgende types met ieder meerdere
verschillende oorzaken:
Gedilateerde (congestieve) cardiomyopathie
Hypertrophische cardiomyopathie
Restrictieve cardiomyopathie
Aritmogene rechter ventrikel cardiomyopathie
Niet geclassificeerde cardiomyopathie
Cardiomyopathieen die samengaan met specifieke cardiale of
systemische aandoeningen vallen over het algemeen in een van
deze catagorieën.
In 2006
stelde de American Heart Association (AHA) de volgende defenitie
voor:”Cardiomypatieën zijn een heterogene groep van ziekten van
het myocard geassocieerd met mechanische en/of
electrofysiologische dysfunctie als gevolg van een
verscheidenheid aan oorzaken en zijn vaak aangeboren.
Cardiomyopathie leidt vaak tot cardiovasculaire dood of tot aan
progressief hartfalen gerelateerde invaliditeit.."
Cardiomyopathie worden onderverdeeld in twee groepen: Primaire
cardiomyopathieen, welke genetisch, niet genetisch, of verkregen
kunnen zijn , en secondaire cardiomyopathien, die samengaan met
andere orgaan systeem ziekten.
Systolische dysfunctie
— Systolische dysfunctie wordt gekarakteriseerd door een
verminderde contractiliteit van het myocard. Als de
contractiliteit van bijvoorbeeld de linker ventrikel verminderd
is, resulteert dit in een verlaagde linker ventrikel ejectie
fractie (LVEF).
Als
systolische dysfunctie optreedt, wordt de cardiac output
initieel op twee manieren in stand gehouden:
Vergroting van de linker ventrikel, wat resulteert in een
verhoging van het slagvolume.
Het
Frank-Starling mechanisme (verhoging van de contractiliteit door
de rek van de ventrikel)
Uiteindelijk zullen deze mechanismen niet meer kunnen
compenseren en zal de cardiac output dalen wat reslulteert in
een fysiologische manifestatie van hartfalen.
Systolische
dysfunctie is karakteristiek bij gedilateerde cardiomyopathie.
Het komt ook voor bij sommige patiënten met hypertrophische
cardiomyopathie die een progressieve linker ventrikel dilatatie
ontwikkelen en een daling van LVEF.
Diastolische dysfunctie
— Diastolische dysfunctie refereert aan cardiale dysfunctie
waarbij de linker ventrikel vulling abnormaal is en vergezeld
gaat met verhoogde vullingsdrukken,. Diastolische dysfunctie kan
optreden met of zonder systolische dysfunctie. Bij hartfalen
zonder systolische dysfunctie is diastolische dysfunctie de
oorzaak.
De
diastolische fase van de cardiale functie omvat twee
componenten. Linker ventrikel relaxatie is een dynamisch proces
dat plaatsvindt tijdens de isovolumetrische relaxatie (de
periode tussen het sluiten van aorta klep en het openen van de
mitralis klep) en dan tijdens de vroege rapid vullings fase van
de ventrikel. Later in de diastole nadat de relaxatie compleet
is, is de verdere vulling van de linker ventrikel een passief
proces wat afhankelijk is van de compliantie van het myocard.
Zowel actieve en passieve compliantie kunnen verminderd zijn bij
patiënten met een diastolische dysfunctie.
Diastolische dysfunctie is
kenmerkend bij hypertrophische en restrictiveve cardiomyopathie.
  
 
|