Chemoreceptoren
Chemoreceptoren zijn gespecialiseerde cellen gelokaliseerd op arteriën (perifere chemoreceptoren) en in de medulla (centrale chemoreceptoren), die de PO2, en de PCO2 en de H+ concentratie bewaken. Hun primaire functie is de ademhalingsactiviteit te reguleren om de PO2, PCO2 en PH van het arteriële bloed binnen de normale grenzen te houden.
De activiteit van de chemoreceptoren beïnvloeden de cardiovasculaire functies, hetzij door directe beïnvloeding van de medullaire cardiovasculaire centra of indirect door verandering van de pulmonale “stretch” receptor. Verminderde pulmonale gasuitwisseling, hypoxie, cerebrale ischaemie en circulatoire shock verhogen de activiteit van de chemoreceptoren, wat leidt tot een verhoogde sympathische prikkeling naar het hart en vaatstelsel door activering van de druk regionen in de medulla.
De perifere chemoreceptoren zitten op twee plaatsen:
1. In de arteria carotis externa vlakbij de bifurcatie (carotid bodies)
2. in de aortaboog (aorta bodies)
De centrale chemoreceptoren vindt je in de medulla die de cardiovasculaire en respiratoire functies controleren. Als een subject een gasmengsel ademt van 10% zuurstof in plaats van 21% krijg je een verhoogde chemoreceptor activiteit, (vooral perifeer) wat de ademhalingsactiviteit verhoogt en de sympathische activiteit van het hart en systeemvaatbed stimuleert wat de arteriële bloeddruk doet stijgen. Indien echter de ademhalingsfrequentie en diepte niet veranderen door wat voor een oorzaak ook, gaat de sympathische response gepaard met bradycardie als gevolg van een vagale prikkeling van het hart. Dit geeft aan de tachycardie wat normaal gesproken samen gaat met hypoxie secundair is aan de respiratoire stimulatie en activatie van de pulmonale stretch receptoren. Cardiovasculaire reactie op hypercapnie en acidose hangt deels af van de respiratoire respons.