Effecten van de lengte van de vaten, radius en de viscositeit van het bloed op de weerstand aan de bloedflow.

Drie factoren bepalen de weerstand (R) aan de bloedflow: lengte van het vat (L), viscositeit van het bloed (n) en de diameter of radius, (r)) van het vat. De weerstand wordt verhoogd door de lengte van het vat. Echter de lengte van de vaten in het lichaam verandert niet en zal dus weinig effect hebben op de weerstand. Ook de viscositeit van het bloed verandert normaliter niet veel, echter het kan beduidend veranderen bij veranderingen in het haemotocriet en lichaamstemperatuur. Verlaging van de temperatuur van het bloed verhoogt de viscositeit. De radius van het vat is de meest bepalende factor in de flowweerstand. Een verandering in de radius heeft een omgekeerd effect op de weerstand met de macht 4. Bijv. verdubbeling van de radius geeft een weerstand die 16 keer kleiner is. (formule van poisseuille).

 

 

 De relatie tussen flow en radius is te zien in de volgende figuur.

 

De effecten van veranderingen in de radius van het vat op de flow door het vat. Vermindering van de radius van het vat (r) verhoogt de weerstand dramatisch en vermindert de flow (F) bij een constante perfusie druk.

De poisieule formule is alleen toe te passen op een enkel vat. Als een enkele nier artriole  met 50 % vernauwd zal de weerstand 16 keer toenemen in dat vat maar de weerstand in de hele nier zal niet met de factor 16 toenemen.

terug