Orgaan bloedflow
Bijdrage van de cardiac output aan de bloedflow van de organen.
Bloed flow in de belangrijke organen in het lichaam

De relatieve distributie van de bloedflow naar de organen wordt geregeld door de vaatweerstand van de individuele organen wat wordt beïnvloedt door extrinsieke (neurohumoraal) en intrinsieke (locale regulatie) mechanismen. Het grootste deel van de cardiac output (± 80%) gaat naar het gastrointestinale gebied, nieren, skeletmusculatuur, hart en hersenen, hoewel deze organen minder dan 50% van het lichaam uitmaken.
Deze relatieve distributie van de cardiac output verandert echter afhankelijk van de fysiologische activiteit en de omgevingsomstandigheden. In plaats van één normale bloedflow voor een orgaan is er een range van bloedflows die gemeten wordt onder basale omstandigheden (in rust onder normale omstandigheden). De ratio tussen de basale flow en de maximale flow is een meting van de vaattonus. Hoe lager de basale flow vergeleken met de maximale flow, hoe hoger de vaattonus. Het verschil tussen de basale flow en de maximale flow geeft de flowcapaciteit of de vasodilatoire reserve van het orgaan aan.