Steady state veranderingen in de cardiovasculaire functies tijdens inspanning.

 Veranderingen in de cardiovasculaire functies tijdens fysiek activiteit hangt af van de mate van fysieke inspanning. Daar de mate van de fysieke inspanning wordt uitgedrukt in werkload; stijgt de hartfrequentie, cardiac output en de arteriële druk in verhouding aan de verhoging van de werklast.

In tegenstelling hierop zakt de system vasculaire weerstand als de werklast stijgt. Het ventriculaire slagvolume stijgt bij minimale tot matige werklast en blijft dan op een bepaald niveau. Hoewel dit niet te zien is in bovenstaande tekening is de stijging van het slagvolume verantwoordelijk voor de stijging van de arteriële polsdruk. Het slagvolume kan afnemen bij erg hoge werklast omdat de vullingstijd van de ventrikel vermindert is als de hartfrequentie toeneemt. Verkorte vullingstijd vermindert de ventriculaire vulling (verminderde preload) wat het slagvolume vermindert door het Frank-Starling mechanisme. Dit zou het hart weerhoeden de cardiac output te laten toenemen bij inspanning als niet verschillende mechanismen zouden samenwerken om het slagvolume in stand te houden, zelfs als de hartfrequentie toeneemt. Bijv. tijdens fysieke activiteit, zoals rennen, helpt de verhoogde veneuze return door de spierpomp en de abdominothoracale pomp de preload te onderhouden, ondanks de verhoging van de hartfrequentie. Verder bevordert de verhoogde atriale en ventriculaire inotropie het ventriculaire slagvolume en ejectiefractie; en de verhoogde lusitropie helpt de ventriculaire vulling te verbeteren. Als de hartfrequentie het maximum heeft bereikt kan het effect van de verkorte vullingstijd dit compensatie mechanisme overheersen wat een vermindering van de ventriculaire vulling en een daling van het slagvolume veroorzaakt. Het punt waarop de verhoogde hartfrequentie het slagvolume doet verminderen is per persoon verschillend afhankelijk van leeftijd, gezondheid en lichamelijk conditie. Ook is dit omslagpunt afhankelijk van het soort inspanning en omgevingsfactoren. De bloedflow naar de belangrijke organen hangt af van de mate van lichamelijke activiteit.

 Tijdens inspanning (bijv. rennen), zal de bloedflow naar de actieve spieren meer dan 20 voudig toenemen. Bij rust de bloedflow ± 20% van de cardiac output; dit kan oplopen tot 90% bij flinke inspanning. De coronaire bloedflow kan fors toenemen als de metabole vraag van het myocard toeneemt en locale mechanismen vasodilatatie van de coronair vaten veroorzaakt. De behoefte van een verhoogde bloedflow naar actieve spieren en de coronair circulatie zou de reserve capaciteit van het hart overtreffen om zijn output te verhogen als niet de bloedflow naar andere organen gereduceerd zou worden. Tijdens inspanning vermindert de bloedflow naar de splanchenic circulatie (gastrointestinaal, milt en lever circulatie) en niet actieve skeletspieren.

terug