Systole

Via de AV-knoop loopt de depolarisatie golf over en door de ventrikels (QRS complex op het ECG) en triggert de ventriculaire contractie. Onthoud dat net voor de contractie, de aortaklep dicht en de mitralisklep open is. Als de ventrikel contraheert stijgt de ventriculaire druk erg snel en overstijgt de ventriculaire druk bijna onmiddellijk de atriale druk waardoor de mitralisklep sluit wat voorkomt dat er bloed terugstroomt in het atrium. Omdat de druk in de aorta nog steeds hoger is de druk in de ventrikel blijft de aorta klep gesloten waardoor de ventrikel zich niet kan ledigen ondanks de contractie.

Deze korte fase van de isovolumetrische ventriculaire contractie de snelle stijging van de ventriculaire druk de druk van de aorta overstijgt. De aortaklep gaat open en de ventriculaire ejectie vindt plaats. De ventriculaire volumecurve laat zien dat de ejectie in het begin snel is en dan geleidelijk trager wordt. De ventrikel ledigt zich niet compleet. De hoeveelheid bloed wat na de ejectie achter blijft wordt het eindsystolisch volume (ESV) genoemd.

Slagvolume (SV) = Einddiastolisch volume (EDV) – Eindsystolisch volume (ESV).

Als het bloed in de aorta stroomt stijgt de aortadruk samen met de ventrikeldruk. Tijdens de is er slechts een klein drukverschil tussen de aorta en de ventrikel omdat de aortaklep opening een kleine weerstand veroorzaakt  voor de flow. De piek van de ventriculaire druk en aortadruk worden bereikt voor het eind van de ventriculaire ejectie doordat de druk begint te zakken tijdens het laatste deel van de systole terwijl de ventriculaire contractie doorgaat. Dit komt doordat de kracht van de ventriculaire contractie en de snelheid van de ejectie van het bloed vermindert tijdens het laatste deel van de systole waardoor er minder bloed vanuit de ventrikel in de aorta stroomt dan er vanuit de aorta naar het arteriële vaatbed gaat. Het volume en daarmee de druk in de aorta wordt minder.

terug